Onze zoektocht naar de geschiedenis van Benin ging verder. We bezochten Ouidah, bekend om de bloeiende slavenhandel in het verleden. Voor we vertrokken dacht ik; dit wordt mooi ongemakkelijk voor de Amerikanen, in Europa hebben we immers nooit zoveel slavernij gehad als daar. Maar daar had ik even iets langer dan twee seconden over na moeten denken. De man van het museum/Portugeese fort vertelde dat er in het plaatsje vier forten waren, een Deense, een Franse, een Portugeese en, jawel, een Nederlandse. Oh. Het was een treurige ochtend, waar we leerden hoe de slaven gevangen genomen werden, hoe de koning veel geld voor ze kreeg, hoe ze lang moesten wachten en in zulke slechte omstandigheden werden vervoerd dat slechts de helft levend aankwam.
We liepen de slavenroute. Als de persoon eenmaal op de markt was gekocht, gingen ze naar de tree of forgetfulness. Koning Agadja had deze boom gezegend met magische krachten, zodat wanneer je er zeven keer omheen liep je je naam, identiteit, familie en je geschiedenis zou vergeten. In het huis van Zomai (‘huis zonder licht’) moesten de gevangenen wachten tot het schip kwam. Dit kon maanden duren, zodat ze compleet verzwakt waren wanneer ze afgevoerd werden. Velen overleefden deze fase niet en werden in het massagraf achter dit huis gegooid. Vertrokken ze wel, dan maakten ze drie rondjes om de tree of return. Dit zou hen garanderen dat hun ziel eens weer terug zou keren naar Afrika. Gedurende al deze verschrikkingen waren de slaven geketend, met handen en voeten aan elkaar vastgemaakt. Op de plaats waar de schepen vertrokken is nu een monument gebouwd, the gate of no return. Vreemd om te beseffen dat de laatste slaaf hier pas in 1885 weggevoerd werd.
We liepen de slavenroute. Als de persoon eenmaal op de markt was gekocht, gingen ze naar de tree of forgetfulness. Koning Agadja had deze boom gezegend met magische krachten, zodat wanneer je er zeven keer omheen liep je je naam, identiteit, familie en je geschiedenis zou vergeten. In het huis van Zomai (‘huis zonder licht’) moesten de gevangenen wachten tot het schip kwam. Dit kon maanden duren, zodat ze compleet verzwakt waren wanneer ze afgevoerd werden. Velen overleefden deze fase niet en werden in het massagraf achter dit huis gegooid. Vertrokken ze wel, dan maakten ze drie rondjes om de tree of return. Dit zou hen garanderen dat hun ziel eens weer terug zou keren naar Afrika. Gedurende al deze verschrikkingen waren de slaven geketend, met handen en voeten aan elkaar vastgemaakt. Op de plaats waar de schepen vertrokken is nu een monument gebouwd, the gate of no return. Vreemd om te beseffen dat de laatste slaaf hier pas in 1885 weggevoerd werd.

We waren voor het eerst eens niet de enige buitenlanders. Ouidah is een soort toeristische trekpleister geworden voor Afro-Amerikanen, Jamaicanen en Cubanen die opzoek zijn naar hun roots. Het is ook via Ouidah dat de voodoo Amerika heeft bereikt. De katholieken probeerden de Afrikanen nog voor hun heiligenbeelden te laten buigen, maar ze hadden onder het altaar hun eigen voodoo-goden verstopt. Ook in Ouidah is er in 1989 door het vaticaan een basiliek laten bouwen, omdat de Paus op bezoek kwam. Het is een groot gebouw geworden, en wie goed kijkt ziet dat de schilderijen doordrenkt zijn van de voodoo-afbeeldingen.. de kerk zit eigenlijk nooit vol. Had het geld misschien toch beter in iets anders gestoken kunnen worden, geloof laat zich niet dwingen..

Vandaag was ik dus na een werkmarathonweek weer eens een dagje vrij en ben ik met Priska, Jessica en Miriam naar Ganvié geweest, een dorp (30.000 inwoners) op palen in het water. Lekker drie uur varen in een boot. Het is de enige toeristische attractie die Benin rijk is. Dus hadden we eigenlijk geen keus. Maar toerist zijn bevalt toch eigenlijk niet zo best. Vooral niet als je langs huizen (hutjes) vaart van mensen die erg arm zijn. Arm, maar niet ongelukkig, kwam ik tot de conclusie. Misschien was die conclusie wat snel getrokken. Toch kwamen er voornamelijk Giethoorn-Venetië-tropisch eiland vakantiegevoelens bij ons naar boven. We zouden eigenlijk wel een maandje met ze willen ruilen. En zij waarschijnlijk ook wel met ons. Maar daarna willen we toch wel graag terug naar ons comfortabele bestaan. Soms lijkt het leven gewoon niet zo heel erg eerlijk.

De stad werd helemaal gek. Een feest barstte los!! Er werd getoeterd, geschreeuwd en gejuicht. Iedereen kwam zijn huis uit. Het verkeer liep compleet vast. We vonden een taxi, maar we moesten vijf keer zoveel betalen als op de heenweg. Nouja, we deden er dan ook vijf keer zo lang over. We zaten nu met negen mensen in een kleine Toyota Creation. Ik zat klem op de voorbank naast Ernest onze stoere en grote (erg grote) Ghanees. Mijn arm hing uit het raam en mijn arm is blank. Dus stopte er af en toe een motor om aan te bieden om mij achterop verder te vervoeren. Lief aangeboden, maar bedankt. Drie kerels sprongen op de motorkap (ja, we reden echt niet hard..) maar onze bestuurder reed gewoon door. Vier agenten probeerden het verkeer te regelen, zonder succes.. Een man met een vijf liter wodkafles deelde shotjes uit aan voorbijgangers. Misschien geen heel goed idee. Wat een chaos! Ik was blij weer terug te zijn op het schip.. en mijn benen te kunnen strekken. En mijn verbrandde hoofd (want ja, die gestolen zonnebrand..) te kunnen aanschouwen. Morgen weer gewoon oud en vertrouwd aan het werk. Lekker rustig..